Dit en Dat

 

Dit

is hier,

hier ben ik.

 

Ik zie jou daar

in dat,

wat jij bent:

 

Opponent.

 

Ik nader je,

en stap hier

uit.

 

Dit was dit,

wordt dat, dit wordend.

Dat was dat.

 

Jij nadert mij,

stapte uit dat

daar was:

 

Spiegelglas.

 

Dit ben ik.

In dat dit hier

zie jij mij.

 

Jij bent daar.

Daar is waar

dat dat is:

 

Onverenigbaar.

 

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.