Frank Zeilstra

Gedichten

Teerling

Bundel gedichten over de Muze, het verlangen, een spel.
Met illustraties
uitgegeven bij uitgeverij Vliedorp in 2020
ISBN 978-94-6048-082-9

Al jaren ligt de slapende muze, een beeld van Brancusi,
op mijn bureaublad virtueel te ronken.
Ze ligt daar vredig, beslist niet dood.
Ze wil niet door mij gewekt worden, nee beter,
ik wil haar niet wekken.
Ze is mijn beweegreden, mijn luistervink. Degene
die al mijn aan het hermetische ontsnapte fluisteren
schijnt te horen.
Zou ze wakker worden, zou ze begrip tonen, zou het
mysterie opgelost zijn!
De drang om wat zich daar in haar hoofd afspeelt
naar hier te halen kan ik niet onderdrukken.
Haar mysterie moet beschreven worden, dichterbij zal
ik in mijn verlangen niet kunnen komen.
Driuw *
Muzen, het zijn er wel een stuk of tien
Niet veel meer, ik gijzel ze in mijn kast
Ze tippelen er rond, zijn anderen niet tot last
Ze popelen om bevrijd te worden misschien?
Ik zou het popelen in mijn vingers willen zien,
zodat ik minder blindeman, niet op de tast
het gat kan vinden waarop de sleutel past!
En drang niet beperkt blijft tot endocrien.
De gijzeling is nooit van langen duur
Wit papier weerkaatst de aantrekkelijke gloed
van het in de kast allengs oplaaiend vuur…
Met pen en natte lappen doof ik vief de vloed
Het gat in de muur waardoor ik rooksignalen stuur
ziet verontrust dat één muzenlijkje nabloedt
Na gedag gezegd te hebben
Nadat de laatste wens vervlogen is,
als in de schemer van de eclips,
het stof eindelijk tot rust gekomen is
Nadat stenen alle warmte hebben opgenomen
en het bloed geronnen is
En Maria, nadat ze het zweet heeft weggewist
achterbleef in nagedachtenis
na de strijd en na de vrede
na de liefde en het kwaad
na handelen en na de rede
na de tranen en de tranen
na de laatste paukenslag
nadat alles alles is en was, daarna
Voor gedag te zeggen, voor
er überhaupt een woord gevonden is,
in de schemer van de eclips,
als het stof eindelijk tot rust gekomen is
Voordat stenen weer openstaan voor leven
Voor de bron weer aan de horizon
Voordat Maria het doodskleed heeft geweven
Voor het finale geheim wordt prijsgegeven
Voordat alles is zoals het is
Voordat alles
Voordat, voor
En wellicht nog ver daarvoor
Voordat zaad nog argeloos en enkelvoudig
dobberde in ongedifferentieerde wildernis

Murmureren

Een verzameling gedichten en tekeningen waarin vogels een grote rol spelen. Geschreven tussen 2012 en 2016

Er viel vandaag een lijster uit de lucht.
Maakte hem van takken een bootje
voor zijn allerlaatste overtocht.
Hoop goden er gunstig mee te zinnen.
Zodat lente na een doof seizoen,
zo zonder groei,
hier met zang en luister nieuw leven wil beginnen.

Tegen het harde pragmatismevan de triviale realiteit
sloeg je je prehistorische baleinen stuk.
Na als verfomfaaide en afgedankte
paraplu ter aarde besteld te zijn,
zal ik me je herinneren.
Als onzeker zwabberend zwaargewicht,
weerbarstig koers zoekend tegen wind
en kleingeestigheid.
Je geduldig wachten
aan een langzaam sluitend wak.
Je korte en rauwe commentaar.
Waar ik hartgrondig mee mocht instemmen!
Je oerschreeuw zal versterven
en niet meer te reconstrueren zijn.
Uiteindelijk zal je ondergronds
vleesloos, maar geheeld, wegdrijven
op ondoorzichtig grondwaterpeilbeheer.
Mijn mededogen, en het laatste geheim,
nam je mee in je graf.
Waarop dit armzalige kunstbosje,
weerloos tegen de tijd,
als een ongepast mondain monument,
je stijfjes gedenkt,
maar niet eert.

Ik zag Jan de Boer,
die een bonte specht zag.
Het was in Vinkeveen.
Toen de grote bonte specht
ook Jan de Boer zag.
Spiegels van elkaars ziel
wisselden, nauwelijks
merkbaar, gedachten
(nauwelijks gedachten)
Eén trok z’n wenkbrauwen
op en gaf de ander,
met dit klein gebaar,
Groots
de Ruimte

Stil zei je: ik zie je. En ik: ik zie je terug.
Zacht blies ik rook, ik rookte nog,
in vrede, jij de aftocht, geruisloos.
Was het willekeur deze nacht
op te slaan, op precies jou moment 
Met zovele kilometers in de benen,
onder precies jou boom?
Of was het hoger Weten, van
de regisseur van het schaduwspel
Die zomaar de rollen van de wakers
met de slapers ruilen kan
Na het wisselen van de laatste wacht,
toen enkele muiters zich, vermoedelijk
niet conform het gangbaar Rechtswezen,
buiten de scheidswand begaven,
werd de situatie even hachelijk..
Buiten mijn droom zou mijn lot
-takkeling nog- handjeklap worden beslecht…
Maar jij, mijn Daimon, jij zag me!
En absorbeerde met mededogen alle kwaad.
Later, nog steeds argeloos maar uitgerust
vond ik bij het opbreken, in het licht
dat zich geen nacht herinnerde,
naast mijn tent je braakbal.

Kleinoden schutten

Kleinigheden zien en beschrijven. Vanaf 2014 tot heden

Ik kende een heel vroeg vogeltje
dat vroeg vliegen kon en ging lopen
dat vroeg zwemmen kon en verzopen
Een onnozel hoen was het, vroeg
dat z’n saaie tooi met verve droeg
en grote platvoeten had-ie ook
Hij bouwde zich onderwater een kasteel
van restbeton en weet-ik-veel, er wellicht
nu dromen zal van flierefluiten en van lucht

(Lighthouse)
Mijn licht schijnt mij terug,
Alleen mijn schaduw draagt daarvoor bewijs
Mijn oren hang ik naar mijn meester
Zijn regels bepalen wederom mijn wijs
Ontbrand ik dan in zelfvertrouwen
Raapt wanhoop me weer bijeen
Zal ik minutieus een nieuwe toren bouwen
Steen voor steen voor steen voor steen

Ik zag er look zonder look
maar ook
pinksterbloemen met dartel
oranjetipje zonder slipje
en raakte volkomen van de kook

Klein is het
Heel klein
Zo klein
Klein
klein
Er zijn er veel
Heel veel
Veel te
veel
te
Ontwaren zijn ze
Tezamen ook
als een (bijzonder)
klein
iets

In het voorbijgaan

Tijdens het wandelen of rennen krijgt in alle vroegte de leegte de kans zich met verwondering te vullen. Beelden geven aanleiding tot herkauwen en ordenen

loopt de weg, gelaten
opgenomen door de Rijn
Het water stroomt
niet zo het stromen zou
De einder, kortbij,
spiegelt zuiver zichzelf
Rorschach verdeelt de sfeer,
omsluit het bezopen feest
Een zekere overtocht
blijkt allang gereserveerd
Broodkruimels strooi ik nog…
Achterwaarts wissel ik bakens
Over de stalen spoorbrug
(verderop) dendert leven
De verdommenis is hier
vast niet ver vandaan
De maan, maagdelijk,
betwijfelt een herinnering.
Daar roept een jonge ransuil,
gestoord, om bekommernis

Tot aan de oever kan ik je brengen
De rivier zal er stromen, stromen wild!
Ik kan dan de veerman voor je roepen
Schiet temet je overtocht in obolen voor

Ramptoeristen probeer ik door te sturen:
Herneem het leven, met je mooie dromen
Verzin een list, geef gas, vooruit, raad ik ze,
laat de overkant maar aan de doden
Ik kan je nog een afscheidsliedje zingen,
een deuntje fluiten is me te frivool
Ik  kan je hand vasthouden, naast je staan
maar het wilde stromen kan ik niet temmen
Kon ik als Pygmalion proberen
je een leven uit dood hout te snijden?
Ik zou al mijn messen harden en slijpen
Er de oudste veeneik voor opgraven
Ik kan je slechts begeleiden en je beloven
je gedachtengoed te koesteren en bewaren
Ik kan er zijn zolang het lot beschikt
Om je dan te lossen en over te laten varen
Als mijn onrust toeneemt, het ook hier
onhoudbaar hard gaat waaien en
ik mijn anker niet verder kan verzwaren
gerust het me niet meer te hoeven zwaaien

De laatste bomenresten zijn verhakseld
Met grof geweld zijn ze daarvoor neergegaan
Het wild staat er beteuterd noch ontdaan, er is
een sprokkelveld, een sprokkelveld voortaan
Het is wennen zonder essen, zonder dennen!
Met de grenzen van onze leefruimte verkennen,
is het bericht aan alle soorten doorverteld:
“Er is een gloednieuw sprokkelveld ontstaan!”
We kunnen er verpozen, er behalve samen eten,
(resten schaduwplanten, nog enkele boleten)
er in sport en spel onze krachten meten, we
kunnen van de open plek een speelveld maken,
We kunnen er onbelemmerd sparren, we raken
elkaar, behalve in de verte, niet zomaar kwijt!
We zetten lijnen uit, maken van het sprokkelveld
een hockey-, honkbal-, korfbalveld desnoods
In wat eens leeg leek, platgeslagen, doods,
zijn wij opportunisten, buiten levensgevaar.
(Een fluit, er wordt afgeteld, een held verblijdt)
Elders verpulvert alweer de verhakselaar…

Je kan het altijd proberen, aankloppen
En kijken of er wordt opengedaan
Een wachter zal vragen of het zover is,
of er voor jou geen tijd meer is
In proberen zit weten verscholen
en je onbedwingbare nieuwsgierigheid
In het eerste is je antwoord klaar
Het tweede bevat mogelijk een wens
De wens voor  verbetering, wellicht
kan je aan de poort nog een dealtje sluiten?
En wat nam je mee om in te ruilen?
Kan je het hof van Eden verrijken
met je verbeelding, en krijg je daarvoor
nog een dag en mededogen terug?

Miscellaneous

a certrain loss of ratio

When dust had settled
And everybody sheltered in the pub
There was a whisper,
in the alley aside a stage:
“Revolution”, it said
“Revolution!”
It was never heard
I also ignored the draught
Dead man don’t speak!
Revolution’s just a word!
And tomorrow there’s another sunup…
(I.M. Mr Pieter Jelles)

I ran across my border
I met the man in black
He gave me a specific order
I replied: what the hell d’ye lack?
Well- known as a body hoarder,
he echoed bass toned: you, just you
I ignored the gloomy maniac 
and fled, till I finally flew..

Moondew
or horsesweat
The bird I just met
stunned me and flew
She left me a token
Left me a feather
Left in bright light
The riddle unbroken
Pompidom,
pidom, pidom

There was no ground
As there grew no tree
The grass was green nor juicy
I’m here just to wait and see
Light was all around
Sustained by floating shadows
Be undefined and tumble free
in space with no tomorrows