Wacht

 

Dacht ze me nog na

Het geniale gat, de kiem, de bron

waaruit mijn oorsprong sproot

 

De tocht, de kou sloeg aan

Ik weerde me, haarloos nog en bleek

terwijl mijn navel bonsde

 

Met ingehouden adem

testte ik de streng. Na jaren

en vele passen gaan

 

hoorde ik op mijn plek stilaan

haar gedachten zwellen:

Van zacht ruisen in de nacht

 

Tot roepen in de nacht

Tot schreeuwen in de nacht

Tot krijsen in de nacht

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.