17. juligedicht

 

 

Dood of gedicht

 

Liever dood dan gedicht

Liever rood dan gezwicht

voor mooipraterij in dure woorden.

My darlings zal ik graag vermoorden

 

Er is geen stand, ik ben aan niets verplicht

Er valt niets te redden, geen gezicht

Is immers wat we al eerder hoorden

niet getoonzet in vluchtige akkoorden…

 

Deze overvolle regels moeten kiezen:

Wat ze te winnen hebben, wat te verliezen…

Opnieuw in meer en meer archaïsch licht.

 

Was dat de term die dit sonnet ontwricht?

Ik vond het, naast mijn ingepakte biezen.

Is dit wellicht mijn doodsbericht?

 

17. junigedicht

 

 

 

The moon lights me when I am dark

 

Als we omarmen, nader ik mijn vel

Het voelt goed, aan jou gekluisterd zijn,

zolang we elkaar goed voelen

 

Met je oor op mijn borst hoor je me

rammelen als ik beweeg. Mijn gewichtig ego

is gekrompen; sluit later aan bij mijn stap.

 

Mijn huid, het rudiment, hangt er fut -en

bloedeloos bij, voelt geen behoefte

om te regenen of te blozen

 

Nabij je, lijk ik veel beter precies

in mijzelf te passen: Geeft moed,

zou ik me zelfs kunnen overstijgen!

 

Hoe dieper echter de mijn en

hoe dichter ik het sublieme nader, hoe

meer mijn huid in tijd lijkt op te lossen….

17. februarigedicht

 

 

(we zwaaien)

 

Je keek weg

Lang volgde ik je blik

Tot je wat anders

zag dan ik

 

M’n muze, m’n hartezeer,

ik kon je niet volgen,

verlang je

daarom des temeer

 

Ik spit getrouw mijn land

bemest het;

ik bloei mijn planten,

schik ze op afstand

 

Je maan beschijnt het,

soms vlieg je over.

Daar zie je me staan:

zwaaien met droogboeket

 

16. decembergedicht

 

 

Zolang je             (denkend aan Campert)

 

Zolang je nog

Zolang je nog kunt

ademen. En ademtochten

tellen kan. Wanneer je dagen

die te zeer vertragen

stil laat vallen,

ooit…

in de durende nacht.

Zij

hun lichtende pracht

aan jou niet kenbaar

meer willen maken.

Zolang je maar

Zolang je maar

je ogen open houdt. Ziende

blijft ademen en ademend

ervan vertellen kan

Zal de dag niet

De schitter niet

Het wonder niet

in de nacht verzuipen,

Nu niet. Nooit!

 

16. novembergedicht

 

Muze (5)

 

Sirenen verzorgen de proloog,

weekmakers zijn het!

Hun opmaat ontlast de wapenen van hun taak

 

Het poreuze landschap ademt ruimte

Oneindige weidsheid nodigt uit te blijven zweven

Er is niets wat aanhaakt, niets beklijft

 

Geen bomenstaketsels, ondoordringbaar struikgewas,

dorre vlaktes, ruig gebergte, mensen,

woorden

 

je opent je vingers,

je vleugeltoppen neigen iets naar achteren,

je maakt een duikvlucht

 

In het verschalken van je prooi komt het samen:

Het verzuchten van haar laatste verzet,

de overgave van het weke vlees, het warme bloed,

 

Je superioriteit en toch één willen worden,

Je willen onderdompelen, willen versmelten.

Je voeden…

 

Eén gaat dood, één wil leven

16. oktobergedicht

 

Drie manen verder

 

Heb je tienduizend spullen door je handen laten gaan

Dezelfde spullen in verhuisdozen nooit teruggevonden,

Soortgelijke spullen zijn op soortgelijke plekken komen te staan

Preuts plooien ze licht om dit onbekend domein te doorgronden

 

Als het opgeworpen stof eindelijk is neergedaald,

de nieuwe stilte langzaamaan begint te wennen,

worden van ongeduld popelende mogelijkheden onthaald

Zijn er legio nieuwe perspectieven te verkennen

 

Je beseft dat (de maan wast tot alweer bijna rond);

Als je slaapdronken achter het omwoelde wolkje kijkt

naar een schaduw die je laken kust met haar zinnelijke mond,

de gebluste droom sneller dan een zucht verstrijkt

 

Onhandig tracht je op je nieuwe plek te aarden

Nog wat rommel weg, nog wat herinneringen te verfraaien

Je herijkt afstand, andere zeden zal je klakkeloos aanvaarden,

En bij volle maan zal je toch weer naar je spiegel zwaaien

 

16. juligedicht

 

Laat het bestaan

 

Geef het geen naam

Omkader het niet

Sluit je ogen, slik je in

Slecht grenzen

 

Laat je alleen, vederlicht

met vogels resoneren, of

Doe de waterloop

het pad der wijzen

 

Haal terug je wens

je ijdel streven

Stap van het verlangen af

Laat gewoon de weg

 

Slik je in. Verteer

Scheidt af je deernis

Verlies, comprimeer en meer,

heb meelij met je anus

 

Echo bepaald de ruimte

Daarbuiten is nog plek

Daarbuiten ligt de verte

Binnenstebuiten zonder hek