17. oktobergedicht

 

Madonna, Munch (Hamburg versie)

 

Mijn muze staat op straat te zwaaien,

ik had haar bijna niet herkend,

daar wankelend op aarden bodem

in het aftocht blazen van het licht

 

Hangen hoort ze, in slecht verlichte zalen,

waar ze nauwelijks opvalt,

achter aangeslagen ramen,

tussen onvergulde lijsten.

 

Daar vind ik haar, voor mij alleen,

mits ik hard genoeg applaudisseer

en alle grijze muizen heb verdreven.

 

Nu staat ze verwachtingsvol naar me te zwaaien.

Ik zwaai stroef terug, vanachter dubbelglas,

in mijn potje roerend op laag vuur…

 

17. nazomergedicht

 

Ommekeer

 

De Ee staat stil,

En o! de Aa. Gestrand,

balsturig in impasse, samen

verlangen ze naar t niemandsland.

 

Het water, toeristen moe,

wil anders, sereniteit en klasse!

Genoeg t gelijk beamen, wil

naar onvermoede plaatsen toe.

 

Burgers malen, draaien onrust

door hun slaap en klamme lakens,

zien het zwerk al drijven:

rampen, catastrofes, hartenlust

 

Lacht achter in mijn dromen,

hoog en zeker van haar macht,

De maan! laat water stromen

richting Bartlehiem of Nooitgedacht

 

Rimpelloos wacht de Ee nog stil

op noodzakelijk niveauverschil

En o! de Aa. In wellust kabbelt ze

de aanlokkelijke waker achterna

 

17. juligedicht

 

 

Dood of gedicht

 

Liever dood dan gedicht

Liever rood dan gezwicht

voor mooipraterij in dure woorden.

My darlings zal ik graag vermoorden

 

Er is geen stand, ik ben aan niets verplicht

Er valt niets te redden, geen gezicht

Is immers wat we al eerder hoorden

niet getoonzet in vluchtige akkoorden…

 

Deze overvolle regels moeten kiezen:

Wat ze te winnen hebben, wat te verliezen…

Opnieuw in meer en meer archaïsch licht.

 

Was dat de term die dit sonnet ontwricht?

Ik vond het, naast mijn ingepakte biezen.

Is dit wellicht mijn doodsbericht?

 

17. junigedicht

 

 

 

The moon lights me when I am dark

 

Als we omarmen, nader ik mijn vel

Het voelt goed, aan jou gekluisterd zijn,

zolang we elkaar goed voelen

 

Met je oor op mijn borst hoor je me

rammelen als ik beweeg. Mijn gewichtig ego

is gekrompen; sluit later aan bij mijn stap.

 

Mijn huid, het rudiment, hangt er fut -en

bloedeloos bij, voelt geen behoefte

om te regenen of te blozen

 

Nabij je, lijk ik veel beter precies

in mijzelf te passen: Geeft moed,

zou ik me zelfs kunnen overstijgen!

 

Hoe dieper echter de mijn en

hoe dichter ik het sublieme nader, hoe

meer mijn huid in tijd lijkt op te lossen….

17. februarigedicht

 

 

(we zwaaien)

 

Je keek weg

Lang volgde ik je blik

Tot je wat anders

zag dan ik

 

M’n muze, m’n hartezeer,

ik kon je niet volgen,

verlang je

daarom des temeer

 

Ik spit getrouw mijn land

bemest het;

ik bloei mijn planten,

schik ze op afstand

 

Je maan beschijnt het,

soms vlieg je over.

Daar zie je me staan:

zwaaien met droogboeket

 

16. decembergedicht

 

 

Zolang je             (denkend aan Campert)

 

Zolang je nog

Zolang je nog kunt

ademen. En ademtochten

tellen kan. Wanneer je dagen

die te zeer vertragen

stil laat vallen,

ooit…

in de durende nacht.

Zij

hun lichtende pracht

aan jou niet kenbaar

meer willen maken.

Zolang je maar

Zolang je maar

je ogen open houdt. Ziende

blijft ademen en ademend

ervan vertellen kan

Zal de dag niet

De schitter niet

Het wonder niet

in de nacht verzuipen,

Nu niet. Nooit!

 

16. novembergedicht

 

Muze (5)

 

Sirenen verzorgen de proloog,

weekmakers zijn het!

Hun opmaat ontlast de wapenen van hun taak

 

Het poreuze landschap ademt ruimte

Oneindige weidsheid nodigt uit te blijven zweven

Er is niets wat aanhaakt, niets beklijft

 

Geen bomenstaketsels, ondoordringbaar struikgewas,

dorre vlaktes, ruig gebergte, mensen,

woorden

 

je opent je vingers,

je vleugeltoppen neigen iets naar achteren,

je maakt een duikvlucht

 

In het verschalken van je prooi komt het samen:

Het verzuchten van haar laatste verzet,

de overgave van het weke vlees, het warme bloed,

 

Je superioriteit en toch één willen worden,

Je willen onderdompelen, willen versmelten.

Je voeden…

 

Eén gaat dood, één wil leven