17. junigedicht

 

The moon lights me when I am dark

 

Als we omarmen, benader ik meer mijn vel

Het voelt goed, nauw aan jou gekluisterd zijn,

zolang we onze zinnen voeden

 

Met je oor op mijn borst hoor je me

rammelen als ik beweeg. Mijn gewichtig ego

is gekrompen; volgt, sluit later aan bij elke stap.

 

Mijn huid wordt rudiment, hangt er vaak fut -en

bloedeloos bij, voelt geen drang meer

om te regenen of te blozen

 

Nabij je, lijk ik veel beter precies

in mijzelf te kunnen passen: Dat geeft moed, kunnen

overlopen me zelfs kunnen overstijgen!

 

Hoe dieper echter de mijn, die ik ben, lijkt

hoe dichter ik het ultieme sublieme nader,

hoe meer mijn huid in jou lijkt op te lossen.

 

 

 

Geef een reactie